PAULINE THOMAS

PAULINE THOMAS is een samengesteld programma van 2 duetten voor Pauline Prato en Thomas Regnier.

A SMALL GUIDE ON HOW TO TREAT YOUR LIFETIME COMPANION werd in 2011 geselecteerd voor het Europese netwerk Aerowaves en wordt nu voor het eerst hernomen met een nieuwe cast. Geïnspireerd door de film 5 X 2 van François Ozon, zijn we in dit werk getuige van 5 kantelmomenten in een relatie. In dit liefdesduet op 4 vierkante meter wordt een relatie ontdaan van haar codes en tot studieobject gemaakt: relationele gebaren krijgen een bevreemdende lading in de grijze zone tussen tederheid en geweld, tussen verlangen en onverschilligheid. Het is een zacht en intiem werk dat zowel slaat als zalft.

In het nieuwe PAULINE THOMAS staat de relatie tussen muziek en beweging centraal. Het volledige eerste album van de Amerikaanse muzikant Perfume Genius, Learning,vormt de basis voor de choreografie. In 10 heldere en abstracte tableaux, op evenveel songs, volgen of contrasteren Pauline en Thomas dit naïeve, emotionele en prachtige coming of age album zodat een nieuw samengesteld kunstwerk ontstaat.

IJslandse première voor THE LOVER

Drie jaar na de wereldpremière tijdens Performatik – 50 jaar Beursschouwburg in Brussel in 2015, heeft THE LOVER eindelijk haar IJslandse première te pakken! Op 7 en 8 juni wordt het werk gepresenteerd in het kader van Reykjavík Arts Festival in het Tjarnarbíó theater. THE LOVER komt volgend seizoen terug naar België met nieuwe data in CC De Schakel in Waregem, kc nona in Mechelen en C-mine in Genk. Meer info vind je >hier< .

Bára Sigfúsdóttir op tour in Iran

In mei reizen Bára Sigfúsdóttir, Eivind Lønning, Masoumeh Jalalieh en Alireza Mirmohammadi naar Iran voor een mini-tour van de producties being en TIDE. De eerste halte is het Iran International University Theater Festival waar op 12 mei TIDE gespeeld wordt in de Molavi Hall, gevolgd door being op 13 en 14 mei in Mehregan Hall. Daarna reizen ze verder door naar Sari waar op 18 mei being gepresenteerd wordt in het Black Box Theater.

le monfort théâtre

paris l’été / le monfort théâtre

GRIP evenings zijn samengestelde avonden waarop werk van meerdere GRIP artists samen te zien is. Elk van deze gecureerde avonden is een nauwe samenwerking tussen GRIP en een theater uit binnen- of buitenland. Dit kan gaan van een double bill bestaande uit twee korte werken van twee GRIP makers over een tweedaagse met meerdere producties van Jan Martens tot een serie GRIP evenings waar het werk van alle GRIP artists te zien is, al dan niet aangevuld met installaties, dansfilms en performances van verwante kunstenaars.

‘From Brussels with Love’ tijdens Kunstenfestivaldesarts

‘From Brussels with Love’ is een programma voor internationale podiumprogrammatoren dat plaatsvindt tijdens Kunstenfestivaldesarts met als doel om internationale samenwerkingen te stimuleren. In drie dagen doen ze verschillende presentatie-, netwerk- en toonmomenten en zijn ze te gast bij La Balsamine, Garage 29 en Campo. Geïnteresseerde podiumprogrammatoren zijn welkom om aan te sluiten.

>MEER INFO EN INSCHRIJVEN<

Opening ‘SPACEWALK’ at Il Colorificio (IT)

Op 23 februari 2018 vond in de exporuimte Il Colorificio (Milaan, IT) de officiële opening plaats van Spacewalk, een performatieve installatie van Michele Rizzo. Michele maakte eerder al een performance onder dezelfde naam (geschikt voor de theaterruimte), maar brengt nu dezelfde performatieve en choreografische principes die daar van kracht waren samen in een nieuwe installatie. Bezoeken kan tot en met 25 maart 2018, meer info over de installatie vind je >hier< .

 

lostmovements

‘Lost is just another word for waiting to be found’ – Noah Charney

De artistieke wegen van dansers en choreografen Marc Vanrunxt en Jan Martens kruisten elkaar geregeld in het verleden en komen nu samen in de vorm van een solo voor Jan. Marc was er reeds bij in de vroege jaren 80, bij het begin van de vernieuwende dansgolf in Vlaanderen. Jan zorgt, ondertussen een paar generaties verder, voor de opvolging en verderzetting hiervan.

Voor lostmovements delven ze in hun eigen vocabularium, en laten ze zich inspireren door grootheden uit heden en verleden: choreografen, componisten en andere rolmodellen. Daaruit ontstaat een nieuw werk, waarbij de focus ligt op de motivering van beweging. lostmovements is een overgave aan de muziek, aan het materiaal, en aan elkaar. Een ongegeneerd opgaan in het universum van de ander.

In zowel Marc als Jans werk ligt de focus eerder op de dansende mens dan op de danser. Het is pas wanneer men zich al dansend mag heruitvinden, dat virtuositeit kan opborrelen. Een genereuze voorstelling die uitersten opzoekt, laverend tussen exuberantie en extreme verstilling, tussen Pet Shop Boys en Penderecki.

De ruimte wordt vormgegeven door beeldend kunstenares Katleen Vinck. Mezzosopraan Els Mondelaers beent enkele bestaande muziekstukken uit. Het team wordt daarnaast ook versterkt door lichtontwerper Stef Alleweireldt en Marie-Anne Schotte voor artistiek advies tijdens het creatieproces.

PASSING THE BECHDEL TEST

‘There are some stories which need to be retold by each generation.’ Virginia Woolf, 1927

Wij zijn met dertien.
Wij zijn tussen veertien en negentien jaar oud
en voelen ons (g)een meisje of vrouw.
Wij praten.
Wij spreken de woorden van schrijvers en denkers, van Virginia
Woolf tot Susan Sontag, van Toni Morrison tot Maggie Nelson.
Zij vinden vorm in ons.
Wij vinden vorm in elkaar.
Wij maken onszelf tot wie we zijn en wat we willen worden,
wat we kunnen worden,
omdat de mogelijkheden oneindig zijn.
Wij zijn een momentopname.
Een stand van zaken.
Een manifest voor de toekomst.

In PASSING THE BECHDEL TEST kiest choreograaf Jan Martens deze keer radicaal voor taal. Omdat het vrije woord één van de weinige instrumenten om zich te bevrijden.*

Samen met dertien jongeren v/x wil Jan een stand van zaken opmaken met betrekking tot genderdiversiteit en gendergelijkheid in de wereld vandaag. Jongeren die in elkaars huid en in die van vrouwelijke auteurs en persoonlijkheden van vroeger en nu kruipen, van Woolf over Winterson tot Sontag, Solnit en Solange. Tekstfragmenten uit brieven, dagboeken, lyrics, essays en TED-talks vormen het frame waaraan hun eigen biografie wordt toegevoegd. Vanuit zijn choreografische blik, ontwerpt Jan samen met hen dit manifest voor de toekomst.

* vrij naar Rachida Lamrabet

Siska Baeck schreef een verdiepende tekst.

‘being’ in Teheran

Na een deugddoende vakantie vertrokken Bára Sigfúsdóttir en dramaturge Sara Vanderieck op 26 augustus richting Teheran voor het volgende luik in de creatie van Bára’s nieuwe voorstelling being. Samen met Masoumeh en SeyedAlireza bereiden ze daar gedurende drie weken de creatie verder voor. De laatste ontwikkelingen en impressies vind je op www.projectbeing.net !

 

Bára Sigfúsdóttir © Sara Vanderieck

rotterdamse schouwburg

GRIP evenings zijn samengestelde avonden waarop werk van meerdere GRIP artists samen te zien is. Elk van deze gecureerde avonden is een nauwe samenwerking tussen GRIP en een theater uit binnen- of buitenland. Dit kan gaan van een double bill bestaande uit twee korte werken van twee GRIP makers over een tweedaagse met meerdere producties van Jan Martens tot een serie GRIP evenings waar het werk van alle GRIP artists te zien is, al dan niet aangevuld met installaties, dansfilms en performances van verwante kunstenaars.

LA BETE

In LA BETE levert de jonge talentvolle actrice Joke Emmers zich over aan een gezongen ritueel. Verzonken in een innerlijke monoloog worstelt zij zich door een lied: ze deconstrueert het, proeft het, spuwt het weer uit. LA BETE is een ritmische voorstelling waarin stem, tekst en beweging met elkaar verbonden worden: een ritueel dat langzaamaan uitmondt in een (anti-)climax.

antwerpse kleppers / bourla schouwburg

GRIP evenings zijn samengestelde avonden waarop werk van meerdere GRIP artists samen te zien is. Elk van deze gecureerde avonden is een nauwe samenwerking tussen GRIP en een theater uit binnen- of buitenland. Dit kan gaan van een double bill bestaande uit twee korte werken van twee GRIP makers over een tweedaagse met meerdere producties van Jan Martens tot een serie GRIP evenings waar het werk van alle GRIP artists te zien is, al dan niet aangevuld met installaties, dansfilms en performances van verwante kunstenaars.

schouwburg arnhem

GRIP evenings zijn samengestelde avonden waarop werk van meerdere GRIP artists samen te zien is. Elk van deze gecureerde avonden is een nauwe samenwerking tussen GRIP en een theater uit binnen- of buitenland. Dit kan gaan van een double bill bestaande uit twee korte werken van twee GRIP makers over een tweedaagse met meerdere producties van Jan Martens tot een serie GRIP evenings waar het werk van alle GRIP artists te zien is, al dan niet aangevuld met installaties, dansfilms en performances van verwante kunstenaars.

cultuurcentrum brugge

GRIP evenings zijn samengestelde avonden waarop werk van meerdere GRIP artists samen te zien is. Elk van deze gecureerde avonden is een nauwe samenwerking tussen GRIP en een theater uit binnen- of buitenland. Dit kan gaan van een double bill bestaande uit twee korte werken van twee GRIP makers over een tweedaagse met meerdere producties van Jan Martens tot een serie GRIP evenings waar het werk van alle GRIP artists te zien is, al dan niet aangevuld met installaties, dansfilms en performances van verwante kunstenaars.

dag van de dans / c-mine

GRIP evenings zijn samengestelde avonden waarop werk van meerdere GRIP artists samen te zien is. Elk van deze gecureerde avonden is een nauwe samenwerking tussen GRIP en een theater uit binnen- of buitenland. Dit kan gaan van een double bill bestaande uit twee korte werken van twee GRIP makers over een tweedaagse met meerdere producties van Jan Martens tot een serie GRIP evenings waar het werk van alle GRIP artists te zien is, al dan niet aangevuld met installaties, dansfilms en performances van verwante kunstenaars.

ter vesten

GRIP evenings zijn samengestelde avonden waarop werk van meerdere GRIP artists samen te zien is. Elk van deze gecureerde avonden is een nauwe samenwerking tussen GRIP en een theater uit binnen- of buitenland. Dit kan gaan van een double bill bestaande uit twee korte werken van twee GRIP makers over een tweedaagse met meerdere producties van Jan Martens tot een serie GRIP evenings waar het werk van alle GRIP artists te zien is, al dan niet aangevuld met installaties, dansfilms en performances van verwante kunstenaars.

le grand bain

GRIP evenings zijn samengestelde avonden waarop werk van meerdere GRIP artists samen te zien is. Elk van deze gecureerde avonden is een nauwe samenwerking tussen GRIP en een theater uit binnen- of buitenland. Dit kan gaan van een double bill bestaande uit twee korte werken van twee GRIP makers over een tweedaagse met meerdere producties van Jan Martens tot een serie GRIP evenings waar het werk van alle GRIP artists te zien is, al dan niet aangevuld met installaties, dansfilms en performances van verwante kunstenaars.

cultuurcentrum berchem

GRIP evenings zijn samengestelde avonden waarop werk van meerdere GRIP artists samen te zien is. Elk van deze gecureerde avonden is een nauwe samenwerking tussen GRIP en een theater uit binnen- of buitenland. Dit kan gaan van een double bill bestaande uit twee korte werken van twee GRIP makers over een tweedaagse met meerdere producties van Jan Martens tot een serie GRIP evenings waar het werk van alle GRIP artists te zien is, al dan niet aangevuld met installaties, dansfilms en performances van verwante kunstenaars.

artdanthé / théâtre de vanves

GRIP evenings zijn samengestelde avonden waarop werk van meerdere GRIP artists samen te zien is. Elk van deze gecureerde avonden is een nauwe samenwerking tussen GRIP en een theater uit binnen- of buitenland. Dit kan gaan van een double bill bestaande uit twee korte werken van twee GRIP makers over een tweedaagse met meerdere producties van Jan Martens tot een serie GRIP evenings waar het werk van alle GRIP artists te zien is, al dan niet aangevuld met installaties, dansfilms en performances van verwante kunstenaars.

le rive gauche

20 Avenue du Val l’Abbé, 76800 Saint-Étienne-du-Rouvray, France

BIS

BIS is een solo voor en met Truus Bronkhorst, een danseres en choreografe die in de jaren ‘80 en ‘90 hoogtij vierde in Nederland. Het is een voorstelling over opnieuw beginnen, verder gaan en niet opgeven. Het is een rauwe performance, een bezwerend portret waarin Truus komaf maakt met haar demonen. Het is een werk over een sterke, expressieve en eenzame vrouw. BIS is daarmee veruit het donkerste stuk uit Jan Martens’ oeuvre: een doorgedreven minimalisme pelt steeds meer lagen af, uitkomend bij niets meer (of niets minder) dan de essentie.

Bára Sigfúsdóttir

Bára neemt het improvisatieproces als beginpunt van waaruit zij muzikaal, meerlagig choreografisch materiaal ontwikkelt. Ze legt sterk de nadruk op het isoleren van lichaamsdelen, waarop ze verschillende ritmes toepast. De beweging die ze creëert, blijft veranderen en zich ontvouwen, een veelheid aan concepten en referenties genererend. Verweven met deze aanpak is er Bára’s focus op het menselijk lichaam en het bestaan daarvan in de maatschappij. De plaats van het individu in relatie tot de andere, de maatschappij en de natuur zijn terugkerende thema’s in haar werk. Door diverse benaderingen streeft ze naar een directe maar poëtische communicatie met het publiek, met het oog op reflectie op zowel hedendaagse als eeuwige vragen zoals onze relatie met de natuur, onze band met het verleden en onze plaats in het heden. Bára creëert persoonlijk, visueel en fantasierijk werk dat een heel uiteenlopend publiek bereikt.

Haar eerste soloperformance, On the other side of a sand dune, dateert van 2012. Hiervoor vond Bára inspiratie in de traditionele, IJslandse vertelkunst en in herinneringen van oude IJslandse vrouwen. Gebaseerd op dat materiaal gaf zij een impressie van de evolutie van de mensheid in de afgelopen eeuw. THE LOVER (2015) werd haar tweede solo. Voor dit werk koos ze de complexe relatie tussen de mens en de natuur als onderwerp. De scenografie werd een gelijkwaardige hoofdrolspeler in het verhaal op de scène. On the other side of a sand dune en THE LOVER werden opgevoerd op nationale en internationale locaties en festivals, zoals Reykjavík Dance festival 2013, December Dance 2013, ICE HOT Oslo 2014, Performatik 2015, Theaterfestival 2015, Moving Futures 2015, Theater Aan Zee 2015 en ICE HOT Copenhagen 2016. In 2015 werd THE LOVER ook geselecteerd voor het prestigieuze Circuit X-netwerk, dat elk jaar aan vijf veelbelovende, jonge theatermakers de kans biedt om uitgebreid te toeren in Vlaanderen en Nederland. Voor haar meest recente werk TIDE (2016) werkte Bára samen met de vermaarde Noorse componist en trompettist Eivind Lønning. Zij deelden en combineerden hun onderzoek naar geïmproviseerd materiaal in relatie tot vaste compositorische structuren.

In 2017 creëerde Bára being, een performance waarvoor ze samenwerkte met twee Iraanse artiesten= Masoumeh Jalalieh en SeyedAlireza Mirmohammadi. In de voorstelling fungeert het lichaam als poëtisch instrument en basis om de West-Europese en de Iraanse cultuur en maatschappij met elkaar in dialoog te brengen. De première van being vond plaats bij CAMPO in Gent, op 26 en 27 oktober 2017.

De meest recente voorstelling van Bára is FLÖKT – a flickering flow (première 19 februari 2020 – kunstencentrum nona (Mechelen, BE)), waarvoor ze samenwerkte met de IJslandse beeldend kunstenaar Tinna Ottesen. FLÖKT – a flickering flow neemt je mee op een verkenning van de band die er is tussen het lichaam en de wereld die ons omringt. Het suggereert dat de natuur niet louter buiten ons bestaat, maar we ze ook vanuit ons eigen lichaam kunnen voelen en ervaren. Het publiek wordt uitgenodigd onder een witte zijden koepel die in een voortdurende staat van transitie verkeert. Deze ruimte laat je de nabijheid van dingen, lichamen, de ruimte, het geluid, het licht ervaren alsook de overweldigende aanwezigheid van de omgeving, die je letterlijk inkapselt. Een reis doorheen een poëtische miniatuur van onze wereld waarin alles met elkaar verbonden lijkt.

Kunstenpunt nam in 2018 een interview af met Bára, terug te vinden op hun website (in het Engels).

Bára is GRIP artist sinds 2016.

RULE OF THREE

RULE OF THREE neemt als uitgangspunt onze vaardigheid om snel te zappen van de ene indruk naar de andere. Een collectie scènes echoot de fragmentarische beleving van de werkelijkheid die het gevolg is van deze overdaad aan prikkels. 

RULE OF THREE is een gedanste performance die het midden houdt tussen concert en verhalenbundel. Het is een collectie kortverhalen die geschreven wordt met lichamen, licht, muziek, kostuums en tekst. Een ongetemde meditatie die – net als onze tijd – gebaseerd is op tegenstellingen: tussen verstilling en explosie, tussen precisie en intuïtie, tussen hart en rede. Voor RULE OF THREE werkt Jan Martens samen met de Amerikaanse producer en drummer NAH wiens muziek bestaat uit live en geprogrammeerde drums die hij mixt met gevonden geluiden en gemanipuleerde samples. De drie performers gaan op het podium de dialoog aan met NAH’s eclectische muziekcompositie en drijven de zintuiglijke prikkeling steeds verder op.

Steven Michel

Michel werkte als performer samen met een resem choreografen, theater- en filmregisseurs, waaronder David Zambrano, Falk Richter, Lukas Dhont, Daniel Linehan en Maud le Pladec. De voorbije jaren jaar was hij ook regelmatig te zien in het werk van Jan Martens, meer bepaald in SWEAT BABY SWEAT (2011), VICTOR (2013), THE DOG DAYS ARE OVER (2014), THE COMMON PEOPLE (2016), RULE OF THREE (2017) en any attempt will end in crushed bodies and shattered bones (2020).

Doorheen de jaren verschoof de aandacht van Michel ook meer en meer richting zijn eigen choreografische praktijk. In 2009 creëerde hij in samenwerking met Nicholas Aphane het duet ± Even but Odd waarbij de focus ligt op ritmiek voortgestuwd door lichaamspercussie. Zijn afstudeersolo The Desert of Milestones (2010) wordt eveneens gedreven door percussieve, muzikale scores. In de voorstelling sleurt hij de kijker mee in een fictionele trip die wordt gekleurd door een inventief gebruik van geluid en beeld. Na het afronden van de solo werkte Michel samen met danser/choreograaf Marcus Baldemar aan een onderzoeksproject met de titel Model (2012). Ze baseerden zich hierbij op het boek Notes on the Cinematographer van Robert Bresson en gebruikten het cinematografische vocabularium om een performatief en choreografisch systeem op poten te zetten.

In 2014 vatte Michel een diepgravendere cyclus aan gebaseerd op het thema ‘audio-vision’, waarbij de relatie tussen twee van zijn stokpaardjes – beeld en geluid – verder wordt geëxploreerd. Hij kijkt daarbij vooral naar hoe de elementen elkaar sturen en versterken binnen een performancesetting. Dit resulteerde in de solovoorstelling THEY MIGHT BE GIANTS (2016), die nog steeds toert. In dit werk koppelt Michel geluid en beeld aan zijn voorliefde voor animatie en ritme. In THEY MIGHT BE GIANTS wordt het lichaam op gelijke voet behandeld met het licht, de scenografie en de muziek om op scène een synesthetische symfonie te creëren die tegelijk de verbeelding prikkelt en de perceptie ontregelt. Voor dit project koos Michel voor een uitgesproken interdisciplinaire samenwerking: hij nodigde Hans Meijer uit om het lichtontwerp te creëren en het artiestenduo Sarah&Charles tekende voor de scenografie.

Zijn interdisciplinaire aanpak – met het fuseren van performance en andere kunstvormen, met een sterke nadruk op beeldende kunst en de relatie tussen geluid en beeld –  komt bovendrijven in zijn werk als choreograaf en in zijn parcours als performer. Zijn volgende project Affordable solution for better living (2018) is een samenwerking met de Franse beeldend kunstenaar Théo Mercier. Daarin bestuderen ze gestandaardiseerde lichamen en vaststaande structuren en hun relatie tot de illusie van vrijheid die verspreid wordt door bedrijven. De productie kwam tot stand onder de vleugels van Nanterre-Amandiers (olv Philippe Quesne) en beide makers wonnen er een Silver Lion mee op de Dansbiënnale van Venetië 2019. Na deze succesvolle samenwerking maakten Steven Michel en Théo Mercier bij Nanterre-Amandiers een nieuwe productie, BIG SISTERS, die in maart 2020 in première ging.

Momenteel werkt Michel bij GRIP aan een nieuwe solo: DATADREAM (werktitel). Hierin onderzoekt hij de relatie tussen begrippen als fictie en wetenschap, miniatuur en monumentaal, harmonie en chaos, het auditieve en het visuele, het analoge en het digitale. De première is voorzien in mei 2021 bij CAMPO (Gent, BE).

Steven is GRIP artist sinds 2016.
being © Aëla Labbé

being

Het bewegende lichaam kan, als poëtische generator van subtekst, verschillende lagen van gevoelens en ervaringen uitdrukken. In being gebruikt Bára Sigfúsdóttir dit lichaam als basis om de West-Europese en de Iraanse identiteit te onderzoeken en met elkaar in dialoog te laten gaan.

Vanuit een voortdurende nieuwsgierigheid naar nieuwe culturen en de ontwikkeling van beweging in andere dan haar eigen context, reisde Bára in 2014 naar Teheran (Iran) om er deel te nemen aan het UNTIMELY Festival. Toen ze daar een workshop gaf, raakte ze geïntrigeerd door de vaardigheden en de présence van twee plaatselijke artiesten, Masoumeh Jalalieh en SeyedAlireza Mirmohammadi. Hier werd de basis gelegd voor being, een stuk waarin Bára een ontmoeting op de scène creëert voor en met Masoumeh en SeyedAlireza. Voor deze performance verkennen de drie het concept van ‘ontmoeting’ en reflecteren ze over de West-Europese en de Iraanse (en bij uitbreiding de Midden-Oosterse) cultuur en maatschappij. Hun lichamen fungeren daarbij als gemene grond en beginpunt. De ontmoeting tussen lichamen, tussen Masoumeh en SeyedAlireza op de scène maar ook tussen hen en het publiek, dient als een sober gebaar: een plaats om te ontdekken wat we gemeen hebben, veeleer dan onze verschillen te onderstrepen.

>meer info over being vind je op Bára’s blog www.projectbeing.net<

Michele Rizzo

Zijn onderzoek speelt zich af op de kruising tussen performance en beeldende kunst. Hij creëert performances met een grote visuele impact die elementen van beeldhouwkunst, dans en theater laten samensmelten. Hoewel al zijn werken verenigd worden door een bijzondere interesse in de poëzie van transformatie, wording en transcendentie, mondt deze multidisciplinaire aanpak vaak uit in heel uiteenlopende performances.

In 2013 creëerde hij het werk M, dat in première ging tijdens het Something Raw-festival in Amsterdam, en dat ook bestond in de vorm van een installatie en een magazine. In dit werk confronteert Michele zichzelf met zijn eigen beeld, met noties van identiteit en zelfontwerp, terwijl hij praat met een beeld / realistische kopie van zijn eigen lichaam. Later, in 2015, creëerde hij HIGHER, geproducet door het Frascati-theater in samenwerking met ICKamsterdam. HIGHER is een project geïnspireerd op de clubcultuur waarvoor Michele samenwerkte met de internationaal geprezen muziekproducer Lorenzo Senni. Het middelpunt van het project is de ervaring van extatisch dansen, zoals tijdens het clubben, en de in het onderzoek ontwikkelde performativiteit kijkt naar trance als een toestand die een sculpturale vormgeving van de dansende lichaam-geestcombinatie toelaat. Het HIGHER-project, dat ook de vorm aanneemt van een workshop, is de afgelopen twee jaar over heel Europa vertoond op verschillende locaties en festivals, zoals onder meer het URB festival in Helsinki (FI), Rencontres choréographiques internationales de Seine-Saint-Denis en La Briqueterie in Parijs (FR), Santarcangelo Festival in Rimini (IT), Short Theatre in Rome (IT), Festival DDD in Porto (PT), CAMPO in Gent (BE), de Warande in Turnhout (BE), en als workshop in ImPulsTanz in Wenen (AT). De voorstelling werd gevolgd door Spacewalk (2017), geproducet door het Frascati-theater en AFK, in coproductie met Dansmakers Amsterdam, ICKamsterdam en CAMPO. Spacewalk behandelt nog steeds noties van clubben en trance, maar overstijgt ook de esthetiek van de club en vertaalt ze in een unieke ruimtelijke omgeving, die verwijst naar het domein van het virtuele en de architectuur. Het laatste luik van de trilogie – Deposition – ging in première voorjaar 2019 bij kunstencentrum BUDA (Kortrijk, BE).

Michele is GRIP artist sinds 2017. Hij is tevens medeoprichter van het platform DANSCO en de danswerkplaats Jacuzzi.

Rodrigo Sobarzo

Rodrigo Sobarzo de Larraechea (°1982, Chili) studeerde choreografie aan de School of New Dance Development (SNDO) in Amsterdam en theater aan de Universidad de Chile in Santiago. Hij kreeg een beurs voor DanceWeb in Wenen in 2009, en verbleef aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht waar hij het werk S ITE S (2014) creëerde. S ITE S en andere werken van Rodrigo Sobarzo zoals MINING (2010), UNITED STATES (2011), THE HARVEST (2012), A P N E A (2013) en []RemoTe sense[] (2015) werden geproduceerd door Veem House for Performance met de steun van workspacebrussels en STUK in België en PACT Zollverein in Essen. Rodrigo’s werken werden getoond op talrijke plekken in Europa. In 2016 creëerde hij zijn recentste werk PRINS OF NE†WORKS (2016).

Rodrigo’s werk streeft ernaar de toeschouwer tot visuele introspectie te brengen. Volgens Rodrigo kan alleen een diepgaande introspectieve ervaring de mensheid tot re-visie, tot implosie brengen. Daarnaast bezit Rodrigo een sterke interesse in subcultuur en subculturele productie door middel van digitale connectiviteit via verschillende websites / netwerken en sociale media (zie ook zijn Twitter-account twitter.com/Autisticmo).

Naast zijn eigen werk als maker, werkte hij voorheen samen met Lea Martini en creëerde hij PARAMOUNT MOVEMENT (Hauptstadtkulturfonds, 2012), dat werd opgevoerd in de Sophiensaele in Berlijn en Brut in Wenen. Voor TRAVAIL van Alma Söderberg ontwierp hij de scenografie, en als performer werkte hij mee aan projecten van Ivana Muller, Jefta van Dinther, Martin Nachbar, Jeremy Wade, Vincent Riebeek en An Kaler.

 

Rodrigo was GRIP artist van 2016 tot 2017.
Spacewalk © Michele Rizzo

Spacewalk

In Spacewalk probeert Michele Rizzo een hybride begrip van ruimte tastbaar te maken. In dit werk voor twee performers zoekt hij het onzichtbare in het zichtbare, en het virtuele in het materiële.

De ontwikkeling van de technologie en de evolutie van onze verbeelding onderwerpen de materiële wereld aan een stresstest. Als de realiteit echoot in de nieuwe ruimtes van de virtuele wereld, verschijnen nieuwe ideeën en visies over oneindigheid. We hebben geleerd om de realiteit te ontvluchten – maar ook om ze te versterken en te verbeteren. Als resultaat zijn we de ruimte rondom ons gaan bekijken als een ontvanger van onze eigen voorstellingen, beelden en verbeelding. In Spacewalk nemen twee performers deel aan een ervaring die hen, en het publiek, in staat stelt om door verschillende ruimtes te reizen. Vertrekkend van de tastbare ruimte van het theater en het podium, reizen ze door de virtuele ruimte verbeeld door de performers in een sculpturaal decorontwerp op de grens tussen een archeologische site en een futuristische omgeving. Uiteindelijk belanden ze in de oneindige ruimte van het onderbewuste, waar de beweging voortgaat achter gesloten oogleden.

MAN MADE

MAN MADE is een voorstelling voor het Dance On Ensemble, een gezelschap uit Berlijn dat bestaat uit vijf dansers ouder dan vijfenveertig. Aan de hand van de kunde en kennis van deze ervaren dansers ging Jan Martens met hen aan de slag om een nieuw stuk te creëren.

In een tijd waarin populisten het langzaamaan overnemen, het debat ultra-gepolariseerd raakt, fake news overal opduikt en het internet een platform is geworden voor eenieders mening lijkt tijd en ruimte voor het diepe denken, reflectie en empathie haast verdwenen te zijn. In reactie hierop viert MAN MADE de Arbeit van het dansen en de mogelijkheid om via beweging verbinding te zoeken. MAN MADE is een dynamisch werk met het broodnodige vleugje naïviteit.

DANCE ON is een initiatief van DIEHL+RITTER gUG, gefinancierd door de German Federal Government Commissioner for Culture and the Media.

TIDE

Het duet TIDE is het resultaat van de artistieke uitwisseling tussen Bára Sigfúsdóttir en de Noorse componist en trompettist Eivind Lønning. Hoewel ze actief zijn in verschillende domeinen van de kunst, slagen Bára en Eivind erin om een voorstelling te creëren waarin muziek en dans versmelten tot één ervaring.

Na jaren van het ieder voor zich ontwikkelen van persoonlijke methoden om improvisatie op te nemen in gestructureerde contexten, delen Bára en Eivind hun onderzoek in TIDE. Als twee performers, twee lichamen, twee vormloze materies die op het podium langzaam tot elkaar worden aangetrokken, beginnen zij een delicaat spel van muziek en beweging. Zoals het getij, het afwisselende opkomen en zich terugtrekken van de zee onder invloed van de aantrekkingskracht van de maan en de zon, beïnvloeden geluid en beweging elkaar doorheen de tijd. Ze zijn verbonden en evolueren constant. De vibrerende relatie tussen geluid en stilte, tussen beweging en stilstand laat haar sporen na. Voor het publiek is TIDE een voorstelling die niet alleen wordt waargenomen met de ogen en de oren, maar door de huid en het hele wezen.

THE COMMON PEOPLE

THE COMMON PEOPLE is een sociaal experiment, een installatie en een voorstelling ineen. Met veertig inwoners van de stad werken Jan Martens en Lukas Dhont aan een reeks duetten en een installatie waarmee ze, in tijden van toenemende digitalisering, het theater heropeisen als een plek van ontmoeting van mens tot mens.

In onze maatschappij wordt de behoefte tot verbondenheid steeds belangrijker: hoe meer mensen je kent, in hoe meer netwerken je zit, hoe meer likes je krijgt, hoe beter. Smartphones en sociale netwerksites brengen ons in verbinding, maar werken individualiteit en eenzaamheid ook in de hand: we zijn niet langer verbonden met elkaar maar met een scherm. THE COMMON PEOPLE verschijnt als een sober antidotum tegen de toenemende digitalisering van ons sociaal contact. Overal waar het project plaatsvindt worden veertig stedelingen bij elkaar gebracht, goed voor een reeks van twintig blind dates op scène. De ontmoetingen zijn humaan, intens en intiem, en staan in contrast met de bijhorende installatie waar de digitale identiteit van de deelnemers letterlijk on display wordt gezet.

Lukas Dhont werkte voor een eerste keer samen met Jan Martens tijdens de creatie van THE DOG DAYS ARE OVER (2014), de voorstelling waarvan hij het creatieproces op film vastlegde. Voor THE COMMON PEOPLE (2016) ontwikkelden Jan en Lukas samen het concept. Lukas volgde een filmopleiding aan de New York Film Academy en studeerde af aan het KASK (School of Arts) in Gent. Met zijn kortfilms Corps perdu (2012) en L’infini (2014) sleepte hij verschillende prijzen in de wacht op Film Fest Gent en het Internationaal Kortfilmfestival Leuven. In de zomer van 2017 draait hij zijn eerste langspeelfilm Girl.
Prins of Ne†works © Giannina Urmeneta Ottiker

Prins of Ne†works

Prins of Ne†works heeft als uitgangspunt de ondergang van de adel; tegenwoordig: de ondergang van de elegantie. In het digitale tijdperk waarin we leven, is er geen enkele status, titel of land meer met enige waarde. Er is een nieuwe orde ontstaan waarin pure kennis en metafysische arbeid gebaseerd op vaardigheden alles bepalen. Uit noodzaak bouwen we webben, die een immens net vormen dat bewoond en ingenomen wordt door virtuele avatars en digitaal bevrijde identiteiten. Onvermijdelijke digitale monumenten  worden gebouwd, collectief en dwangmatig geassembleerd en gecomponeerd. Het heeft geen enkele zin om terug te kijken; onzin bestaat niet. Uiteindelijk verdwijnen de taken van het creëren van zin en logica en richten we ons eerder op het verafgelegen, het onbereikbare: Het Continuüm.

Prins of Ne†works doet zich voor als een empirische capsule waarin we samenkomen om visueel te reflecteren over verschillende niveaus van materie en haar natuurlijke cycli. Dit specifieke onderzoek richt zich op de cultivering van vliegen: vliegen als materie, als elektrische en supergeavanceerde technologische wezens. Vanuit decompositie wordt een insect (technologie) geboren en gaat het weer dood. Het gaat over de opkomst en de val van gepredetermineerde systemen die er nooit in slagen de onbreekbare aard van de natuur te doorbreken en altijd in dienst ervan zullen staan omdat die intrinsiek in ieder van ons is ingebed. Geen enkele materie kan ooit als artificieel worden beschouwd: het artificiële is gewoon een bijkomende manier waarop de Natuur zich manifesteert.

Als combinatie van kunstproductie en het chemische proces van ontbinding, is Prins of Ne†works een visueel manifest dat nieuwe ecologieën onderzoekt, dat het digitale en het analoge mengt tot één geheel. Het verzoent ‘de mens’ met ‘het zijn’ door de mens virtueel uit de vergelijking te halen en het zijn in al de rest naar voor te brengen.

THEY MIGHT BE GIANTS

THEY MIGHT BE GIANTS is een dansvoorstelling die balanceert tussen Tik Tak voor gevorderden en Bauhaus voor beginners. Met deze soloperformance geeft Steven Michel vorm aan zijn fascinatie voor geluid, ritme, animatie en beeld. Door een denkbeeldig universum op het podium tot leven te brengen, neemt hij de toeschouwers mee naar een plaats waar muziek en beeld de verbeelding prikkelen en de perceptie van wat er eigenlijk gebeurt, ontregelen.

Vanuit een voortdurende fascinatie voor de relatie tussen het auditieve en het visuele in performance, behandelt Steven Michel elementen als ‘licht’, ‘scenografie’, ‘muziek’ en ‘fysieke aanwezigheid’ gelijkwaardig in THEY MIGHT BE GIANTS. De beweging die hij creëert is verweven met de muziek van Anna Meredith, het lichtontwerp van Hans Meijer en de scenografie van de hand van het artiestenduo Sarah&Charles. Het resultaat van deze aanpak is een synesthetische symfonie: een optische fantasia waarbij het oor kan zien en het oog kan horen. Het publiek wordt uitgenodigd om in parallelle werelden van geluid en beeld te reizen, waar het onderscheid tussen kunst en entertainment vervaagt. Door zijn vorm doet THEY MIGHT BE GIANTS vragen rijzen over de relaties tussen het artificiële, het natuurlijke, het levende, het levenloze, het etherische en het monumentale.

THE SCORE © SNAPSHOT@deSingel

THE SCORE

THE SCORE is een dansvoorstelling waarin stuurloosheid en rigide structuur hand in hand gaan. Jan Martens creëerde deze voorstelling voor en met de derde bachelor dans van het Koninklijk Conservatorium Antwerpen als onderdeel van hun afstudeerproject. Hij werkte voor deze creatie met tien studenten op bestaande muziek van NAH, de Amerikaanse sound artist waarmee hij ook voor RULE OF THREE (2017) samenwerkt.

HIGHER

HIGHER is een dansperformance geïnspireerd en gebaseerd op de ervaring van het clubben en het dansen in clubs. Vertrouwend op dans als de ervaring die compenseert dat wij, mensen, nooit een ander kunnen zijn, proberen drie dansers één te worden.

De filosofe Julia Kristeva zei ooit: “Mens zijn betekent politieke, seksuele, religieuze, familiale identiteiten omarmen, maar we zitten in een periode van ernstige identiteitscrisissen. We moeten op zoek naar een taal die de mens overstijgt met het oog op het overwinnen van die crisissen en het opwekken van een nieuwe renaissance. Die taal kan dans zijn.” Michele Rizzo interpreteert de helende kracht van extatische dans als een vorm van gebed en een verheerlijking van het bestaan, die in staat is om de lichaam-geestcombinatie van de danser door beweging te beeldhouwen, en hij vindt in ‘de club’ een plaats voor die transformerende activiteit. Die zienswijze op het fenomeen van clubben komt overeen met de vaak gehoorde vergelijking tussen clubs en kerken, een populaire associatie die echter vaak overschaduwd wordt door de wijdverspreide visie dat clubben niet meer dan een verzetje is. In HIGHER overstijgt clubben, als een vorm van dansen die niet eenvoudig tot een of andere categorie gerekend kan worden en die gekenmerkt wordt door verschillende technieken, stijlen en invloeden, het recreatieve en neemt het de culturele rol van een stijldans op.

THE LOVER – variation on location

THE LOVER – variation on location is een aangepaste versie van THE LOVER, gekenmerkt door een andere ruimtelijke opstelling met als bedoeling het stuk op te voeren buiten de conventionele theaterruimte. Bára Sigfúsdóttir ontwikkelde deze aangepaste versie in de zomer van 2015 en bracht ze voor het eerst in hetzelfde jaar tijdens Theater aan Zee in Oostende. 

Bewegend tussen creatie en destructie, beschouwt THE LOVER – variation on location de complexe relatie tussen mens en natuur. In deze aangepaste versie, zonder de fotografische installatie van het originele stuk,  staat Bára’s lichaam centraal. In een sobere omgeving verschijnt ze als een wezen van vlees en bloed, kwetsbaar en weerloos, hoewel haar nieuwsgierigheid en verlangen naar het ontdekken van de wereld haar steeds vooruit stuwen. Bára maakt ruimte voor verschillende structuren, ritmes en energieën om te bestaan en om elkaars evolutie te beïnvloeden, reflecterend over wat menselijk, dierlijk, natuurlijk, door de mens gemaakt of organisch is.

THE LOVER

THE LOVER is een performance die, bewegend tussen creatie en destructie, de complexe relatie tussen mens en natuur beschouwt. In samenwerking met beeldend kunstenares Noémie Goudal, de IJslandse muzikant Borko en het scenografenduo 88888, zorgt Bára Sigfúsdóttir voor een stroom van beweging, geluid en beeld, die uitmondt in een poëtische performance.

In THE LOVER maakt Bára ruimte voor verschillende structuren, ritmes en energieën om te bestaan en om elkaars evolutie te beïnvloeden. Haar bewegend lichaam, het geluidslandschap en de scenografische omgeving veranderen voortdurend tijdens de performance, reflecterend over dat wat menselijk, dierlijk, natuurlijk, door de mens gemaakt of organisch is. De scenografie suggereert een verlaten en misbruikte wereld die nieuw leven wordt ingeblazen en omgevormd wordt tot nieuwe landschappen. In deze omgeving zien we een wezen van vlees en bloed, kwetsbaar en weerloos, hoewel nieuwsgierigheid en de wens om de wereld te ontdekken het steeds verder vooruit drijven. THE LOVER verschijnt als een portret van de mensheid waarin het menselijk wezen gekarakteriseerd wordt door een sterk geloof in de toekomst en een onuitputtelijk verlangen om zichzelf te ontwikkelen: het wil de wereld in kaart brengen en controle over de natuur. Wanneer de natuur echter terugslaat, zijn de menselijke wezens machteloos.

THE LOVER werd in 2015-2016 geselecteerd voor het Circuit X-netwerk, dat jonge artiesten de kans biedt om uitgebreid te toeren in Vlaanderen en Nederland.
[]remoTe sense[] © Giannina Urmeneta Ottiker

[]RemoTe sense[]

We zijn aangekomen in een tijdperk waarin de mens de belangrijkste regisseur van geologische veranderingen is. In []remoTe sense[] beweegt een menselijke figuur zich in een landschap van zout en licht. Als een beeldhouwer geeft hij een stuk grond vorm zoals hij het zich verbeeldt. Niet met machines maar met de hand. Zijn werk is arbeidsintensief in de letterlijke betekenis van ‘handwerk’; graven in zout. Eenvoudig en lichamelijk.

 ‘Remote sense’ verwijst naar een ‘afstandelijke’ manier van voelen en aanraken; ver, indirect, verafgelegen in ruimte en tijd. Het is afgeleid van ‘remote sensing’ of teledetectie, een technologie waarbij informatie verkregen wordt over een object, fenomeen of gebied zonder dat er sprake is van fysiek contact. In tegenstelling tot on site observatie en exploratie wordt hierbij gebruikgemaakt van luchtsensortechnologie met behulp van vliegtuigen, satellieten of drones. Zoals de beeldhouwer in het zout, zijn zij naakt en brengen zij landschappen aan de oppervlakte die anders verborgen zouden blijven.

ODE TO THE ATTEMPT

ODE TO THE ATTEMPT is Jan Martens’ eigen solo waarin hij een vederlichte deconstructie van zijn creatieve proces op scène brengt. In de vorm van een reeks ‘pogingen’ nodigt hij het publiek uit om een kijkje te nemen in zijn hoofd en in zijn computer.

Voor Jan Martens fungeert ODE TO THE ATTEMPT in eerste instantie als een vrijplaats: een welgekomen plek om te experimenteren na het maken van een reeks solo’s (o.a. BIS), duetten (o.a. SWEAT BABY SWEAT) en een groepsvoorstelling (THE DOG DAYS ARE OVER). Het creatieve proces mondde uit in een zelfportret in collagevorm: een kleinood zonder franjes waar Jan aan de hand van verschillende ‘pogingen’ flarden van zijn creatieve proces op het publiek loslaat. Al dansend, pratend en schrijvend raakt hij een scala aan thema’s zoals authenticiteit, manipulatie, perfectionisme, humor en melancholie aan. Puttend uit de dansgeschiedenis en zijn persoonlijke geschiedenis, vloeien werk en privé organisch samen in deze solo voor zichzelf.

THE DOG DAYS ARE OVER

In THE DOG DAYS ARE OVER wordt de danser gedefinieerd als een pure uitvoerder, strevend naar perfectie. Door acht dansers te onderwerpen aan een complexe, mathematische, dynamische en vermoeiende choreografie, opgevoerd in een gedwongen uniformiteit, gaan ze uiteindelijk in de fout. En dan valt hun masker af.

De Amerikaanse fotograaf Philippe Halsman zei “…when you ask a person to jump, his attention is mostly directed toward the act of jumping and the mask falls so that the real person appears.” Met THE DOG DAYS ARE OVER neemt Jan Martens deze stelling als uitgangspunt en onthult via de sprong de mens achter de danser. Door zijn radicale choreografische vorm bevraagt THE DOG DAYS ARE OVER de perceptie van het publiek omtrent dansers, choreografen, toeschouwers en het hedendaagse cultuurbeleid. Waar ligt de dunne grens tussen kunst en entertainment? Wie zijn wij als publiek wanneer we vanuit de theaterzaal naar het lijden van de dansers kijken als naar een stierengevecht in een arena? Wat willen we als publiek verwerven? Willen we een intensiteit ervaren die in ons dagelijks leven niet voelbaar is? Willen we schoonheid ervaren die in ons dagelijks leven misschien niet zichtbaar is? Is hedendaagse dans striptease voor de elite? THE DOG DAYS ARE OVER doet de kijker in zijn positie schuiven: van het louter ondergaan van de ervaring naar actieve reflectie.

THE DOG DAYS ARE OVER vormde de absolute doorbraak voor Jan Martens. Met meer dan 100 voorstellingen op de teller blijft de voorstelling touren: in 2018 is THE DOG DAYS ARE OVER te gast in het Walker Art Center in Minneapolis (USA) en Dansens Hus in Stockholm (SE).

VICTOR

Met VICTOR creëerden Jan Martens en theatermaker Peter Seynaeve bij CAMPO een duet voor een man en een kind. In een intiem portret exploreren ze de mogelijke relaties tussen deze twee individuen waarvan sommige uiterst beladen zijn.

In VICTOR verschijnen een man en een kind samen op scène: de ene heeft reeds een lange weg afgelegd, de ander wil zo snel mogelijk groeien. Ze zouden broers kunnen zijn, een vader en zoon, geliefden of misschien zijn ze wel dezelfde persoon. Op scène zijn het hun lichamen die spreken: in een sensueel spierenspel maar tegelijkertijd ook in een machtsspel met ongelijke wapens. In verschillende scènes rijgen de twee protagonisten eenvoudige bewegingen en poses, kleine gestes en houdingen aan elkaar. Steeds opnieuw meten ze hun krachten, heen en weer glijdend tussen het spel en de confrontatie, elkaar steeds dragend maar ook uitdagend.

Peter Seynaeve studeerde af aan Studio Herman Teirlinck in 1996 en was daarna werkzaam als acteur bij Laika, tg Stan, HET PALEIS en Toneelhuis. Hij maakte zijn debuut als regisseur met de productie As you like it en schreef en regisseerde daarna verschillende werken zoals Je ne comprends pas en Betty & Morris voor theatergezelschap JAN. In 2013 maakte hij samen met Jan Martens VICTOR, een productie van CAMPO. Sinds 2016 is hij acteur en directie-assistent in Five Easy Pieces van Milo Rau / IIPM.

DIALOGUE: BIS + LA BETE

DIALOGUE is een double bill waarin twee solo’s, BIS met Truus Bronkhorst en LA BETE met Joke Emmers, samen getoond worden. Opgezet als twee solo’s die elkaar spiegelen laat Jan Martens met DIALOGUE de lichamen en stemmen van Truus en Joke in elkaar resoneren en toont hij de schoonheid van onconventionele lichamen en persoonlijkheden.

BIS is een solo voor en met Truus Bronkhorst, een danseres en choreografe die in de jaren ‘80 en ‘90 hoogtij vierde in Nederland. Het is een voorstelling over opnieuw beginnen, verder gaan en niet opgeven. Het is een rauwe performance, een bezwerend portret waarin Truus komaf maakt met haar demonen. Het is een werk over een sterke, expressieve en eenzame vrouw. BIS is daarmee veruit het donkerste stuk uit Jan Martens’ oeuvre: een doorgedreven minimalisme pelt steeds meer lagen af, uitkomend bij niets meer (of niets minder) dan de essentie.

In LA BETE levert de jonge talentvolle actrice Joke Emmers zich over aan een gezongen ritueel. Verzonken in een innerlijke monoloog worstelt zij zich door een lied: ze deconstrueert het, proeft het, spuwt het weer uit. LA BETE is een ritmische voorstelling waarin stem, tekst en beweging met elkaar verbonden worden: een ritueel dat langzaamaan uitmondt in een (anti-)climax.

Info en data BIS > klik hier

Info en data LA BETE > klik hier

SWEAT BABY SWEAT

(*ook samen met A SMALL GUIDE ON HOW TO TREAT YOUR LIFETIME COMPANION opgevoerd als double bill TO LOVE DUETS)

 

SWEAT BABY SWEAT is een voorstelling over de liefde. In navolging van A SMALL GUIDE ON HOW TO TREAT YOUR LIFETIME COMPANION (2010) creëerde Jan Martens een traag duet waarin een man en een vrouw acrobatische kracht met mentale kwetsbaarheid verbinden: een blik op de liefde, voorbij alle clichés.

In een tergend langzame dans, gebaseerd op verschillende bewegingstalen zoals butoh, yoga, circusacrobatiek en rock ‘n’ roll dancing, hangen twee mensen aan elkaar vast. Ze willen en kunnen elkaar niet loslaten; met twee is immers beter dan alleen. Absolute betekenis is er niet, wel een herkenbaarheid die het publiek de ruimte geeft om eigen gevoelens, verwachtingen en verhalen vast te knopen aan dat wat zich voor hun ogen afspeelt. Voor deze productie tekent Jaap van Keulen voor de soundscape en Paul Sixta voor de tekstprojectie.

SWEAT BABY SWEAT is een duet dat inmiddels al jarenlang nationaal en internationaal tourt en samen met THE DOG DAYS ARE OVER (2014) de absolute doorbraak betekende voor Jan Martens. Het duet werd reeds geselecteerd voor de Nederlandse Dansdagen 2012 en Circuit X 2013.

SHE WAS A VISITOR

Jan Martens, Truus Bronkhorst en Marc Vanrunxt zijn makers van verschillende leeftijden en achtergronden. Niettemin staan ze alle drie voor dezelfde oprechte, compromisloze dans die het publiek stimuleert en alert houdt. Vanuit die basisgedachte bundelden ze de krachten voor SHE WAS A VISITOR.

SHE WAS A VISITOR is een soloperformance voor danseres en choreografe Truus Bronkhorst en is een co-creatie van Jan Martens, Marc Vanrunxt en Truus zelf. Truus en Marc hadden eerder al samengewerkt en leerden Jan als jonge choreograaf kennen in het najaar van 2012 door BIS, een productie met Jan als choreograaf, Truus als danser en Marc als adviseur. Tijdens de creatieperiode van BIS ontdekten ze elkaars temperamenten, idiomen en artistieke ambities. Het plan voor een volgende samenwerking groeide. Met SHE WAS A VISITOR verenigden drie eigenzinnige kunstenaars zich voor de creatie van een stuk dat eerder gericht is op de individualiteit en de uniciteit van de drie makers dan op het sluiten van compromissen of het lukraak naast elkaar plaatsen van elementen. Truus’ solo kreeg een strakke, minimalistische vorm maar ademt een sluimerende emotionele lading uit. De eigen verlangens, verwachtingen en teleurstellingen van de drie makers vinden hun spiegel in de dans.

Truus Bronkhorst (°1951) was reeds actief als danseres en choreografe in de jaren 1970 alvorens haar eigen gezelschap ‘de Stichting van de Toekomst’ op te richten in 1986 waarmee ze, veelal samen met Marien Jongewaard, eigen werk produceerde zoals Wonderful World (1995), I Feel Good (2002) en Exit (2005). Ze werkte voor het eerst samen met Jan Martens voor de solo BIS (2012) en vervolgens ook voor de solo SHE WAS A VISITOR (2013).
Marc Vanrunxt (°1960) is een choreograaf en danser die de grenzen van dans als medium en choreografie als taal onderzoekt. In zijn werk probeert hij begrippen als tijd, ruimte, energie en aanwezigheid te herdefiniëren en werkt hij rond tegenstellingen als zichtbaar/onzichtbaar en tastbaar/ongrijpbaar. Zijn artistieke woordenschat vindt haar wortels in de punkbeweging en het abstract expressionisme. Marc werd als adviseur betrokken bij Jans productie BIS (2012) en vervolgens als maker bij SHE WAS A VISITOR (2013).
A P N E A © Hanne Nijhuis

A P N E A

In A P N E A ligt de nadruk op ‘immersie’. In dit performatieve event wordt een onderwaterwereld gesimuleerd via geluidsgolven. Het confronteert ons met wat normaal gezien als vanzelfsprekend wordt beschouwd: de vitale en constante aanwezigheid van lucht rondom ons.

De onderdompeling van het lichaam in water heeft als doel het lichaam te ‘vereeuwigen’ door luchtontbering. Onder water proberen we in een tijdloos territorium te duiken, gecreëerd door de levendige kwaliteit van beweging onder water: alles vertraagt, het lichaam gaat fysiek en mentaal zweven. We komen in een onbehaaglijke situatie gecreëerd door een gebrek aan zuurstof en waterdruk. Hoe zal het lichaam bewegen in deze extreme omstandigheden? En welke gedachten sluimeren onder de oppervlakte wanneer we ons in dit vacuüm bevinden?

PRETTY PERFECT © Pepijn Lutgerink

PRETTY PERFECT

In PRETTY PERFECT stelt Jan Martens voor de eerste keer de sprong centraal, dit in een poging om de mens achter de danser op de scène te onthullen. Hij choreografeerde dit korte werk voor zes dansers van het Rotterdams dansgezelschap Conny Janssen Danst in kader van het programma Brand New, een samenwerkingsproject tussen productiehuis Dansateliers en Conny Janssen Danst. PRETTY PERFECT is een voorstudie op de avondvullende voorstelling THE DOG DAYS ARE OVER (2014).

On the other side of a sand dune

On the other side of a sand dune is geïnspireerd op herinneringen van oude, IJslandse vrouwen die de ongelooflijke evolutie van de mensheid in de afgelopen eeuw meemaakten. Bára interviewde deze vrouwen aan het begin van haar onderzoek, daarna creëerde ze een fantasie voor het podium, gebaseerd op hun verhalen over gebeurtenissen die plaatsvonden in de laatste zeventig jaar.

Als je gaat graven in de laatste honderd jaar of zelfs minder, is het verbijsterend om de leefomstandigheden en de manier van denken te zien die ons verleden kenmerken. De evolutie beleven van vroegere tijden tot nu, waar in tegenstelling tot het verleden het aantal keuzes overweldigend lijkt, is een interessante ervaring. De herinnering aan deze overgang leeft nog steeds bij de mensen die hem meemaakten. Gebaseerd op de herinneringen van de IJslandse vrouwen die ze interviewde, brengt Bára een tijdloos personage op de scène. In een solo theatervoorstelling waarin dans, stem en licht samenvloeien, stapt het publiek binnen in de innerlijke wereld van een meisje / vrouw. In deze wereld schemeren gevoelens, verlangens en ideeën over verloren tijd door, reflecterend op onze huidige levens.

A SMALL GUIDE ON HOW TO TREAT YOUR LIFETIME COMPANION

(*ook samen met SWEAT BABY SWEAT opgevoerd als double bill TO LOVE DUETS)

 

A SMALL GUIDE ON HOW TO TREAT YOUR LIFETIME COMPANION vormt het eerste deel van een tweeluik over de liefde. Jan Martens neemt de relatie tussen twee mensen onder de loep met een koppeldans in de meest letterlijke zin van het woord: zonder van elkaars zijde te wijken toont een paar vijf sleutelmomenten in een liefdesrelatie.

A SMALL GUIDE ON HOW TO TREAT YOUR LIFETIME COMPANION is een woordloos bewegend beeld met centraal een koppel in een onbepaalde kleine ruimte: een lift of een keuken, een kelder of een caravan. In die kleine ruimte, en in de vorm van verschillende hoofdstukken, wordt een relatie ontdaan van haar codes en tot studieobject gemaakt: relationele gebaren krijgen een bevreemdende lading in de grijze zone tussen tederheid en geweld, tussen verlangen en onverschilligheid. A SMALL GUIDE ON HOW TO TREAT YOUR LIFETIME COMPANION  is een zacht en intiem werk over de liefde dat zowel slaat als zalft.

A SMALL GUIDE ON HOW TO TREAT YOUR LIFETIME COMPANION werd geselecteerd voor Aerowaves 2012 en fungeert als eerste deel van het tweeluik TO LOVE DUETS. Het tweeluik werd later vervolledigd met SWEAT BABY SWEAT (2011) waarna de twee voorstellingen samen verschillende malen als double bill werden opgevoerd. In 2018 wordt A SMALL GUIDE ON HOW TO TREAT YOUR LIFETIME COMPANION hernomen met twee nieuwe dansers: Thomas Régnier en Pauline Prato. Deze herneming is een samenwerking met CDC Le Gymnase in Roubaix.
I CAN RIDE A HORSE WHILST JUGGLING SO MARRY ME © Klaartje Lambrechts

I CAN RIDE A HORSE WHILST JUGGLING SO MARRY ME

I CAN RIDE A HORSE WHILST JUGGLING SO MARRY ME is een performance die zich op het snijvlak van dans en theater bevindt en was Jan Martens’ eerste tourende creatie. Centraal in deze voorstelling staan vijf jonge vrouwen die leven in de gemediatiseerde wereld van vandaag.

Op rauwe, fragiele en relativerende wijze worden in I CAN RIDE A HORSE WHILST JUGGLING SO MARRY ME vijf jonge dansers variërend tussen meisje en vrouw op scène gebracht. In een wereld die gedomineerd wordt door sociale media streven ze allemaal naar het uitdrukken van hun individualiteit. Ze willen de enige en de beste zijn. De druk om te excelleren, om gehoord te worden, om goed bevonden te worden is groot. Facebook wordt in I CAN RIDE A HORSE WHILST JUGGLING SO MARRY ME als metafoor gebruikt om die continue zoektocht naar erkenning treffend te verbeelden: likes, posts en status updates zijn de weg naar zelfbevestiging.

GREAT EXPECTATIONS

GREAT EXPECTATIONS is een dansvoorstelling voor twaalf dansers van de Academie voor Theater en Dans in Amsterdam. De persoonlijke dromen en verwachtingen van de performers vormen de basis van het werk. Via verschillende choreografische talen en vormen zoals minimalistische dans, physical theatre of musical geven de dansers op scène uitdrukking aan hun verlangens: van de levensbepalende wens om belangrijk te zijn tot de kleinste wens om simpelweg een sigaret te roken.